Saturday, February 22, 2014


De hemel zonder sterren

De grote ruimtevaartprojecten liggen in as. De laatste keer dat een mens op een ander hemellichaam heeft gelopen is nu al bijna een halve eeuw geleden. Wyn Wachhorst auteur van "The Dream of Spaceflight" geeft een diepgaand inzicht over wat de ruimtevaart betekent voor de mensheid. Het is een poƫtische verhandeling over verwondering en ontzag en het belang van de ruimtevaart in de westerse cultuur.


De 21ste eeuw is de eeuw van de uitzichtloosheid. De geest van de moderne maatschappij is nu te vergelijken met die van een dood maanlandschap. We verlangen naar een herverbinding met de natuur, met elkaar, en onszelf. De hele wereld verlangt diep naar een nieuw soort hoop. De astronaut die veilig omhuld zit in zijn hoogtechnische pak, maar afgesloten is van de buitenwereld, is het symbool van de postmoderne mens. Een gedepersonaliseerde, gefragmenteerde samenleving brengt individuen voort met een egocentrisch wereldbeeld. De moderne ego voelt zich tegelijkertijd vervreemd en opgeblazen, en is geobsedeerd door orde en controle. We klampen ons vast aan een valse identiteit, en verliezen de ontvankelijkheid voor het symbolisch onbewuste en daarmee de mogelijkheid om die ervaren. Er is een sterke behoefte aan een duidelijk besef van een eigen identiteit in het grotere geheel. Zonder dit besef blijft de hemel buiten beeld liggen en blijven de sterren maar 'onmerkwaardig'. De ironie van onze koortsachtige connectiviteit is dat we ons voelen afgesneden van de echte wereld, van de afstand die diepte geeft aan ervaring, van iets van compleet vitaal belang, iets dat groter is dan wijzelf.

De oorzaak van dit alles is, is dat er geen gevoelsgeest meer is. Zoals de religie zijn eigen einde tekende door het rationele te onderdrukken, is de wetenschap nu bezig zichzelf te vernietigen doordat zij het mysterieuze en het emotionele onderdrukt. Het felle licht van de wetenschap ontheiligd de natuur, het ontzag, en de verwondering voor het heelal. Het heeft er toe geleidt dat het publiek geen belangstelling meer heeft voor ervaringen die buiten ons bereik liggen. (En dat maakt Mars zelfs nog minder interessant dan de maan) 


Ook speelt de massamedia een rol. De verschuiving van de wereld van papier naar de wereld van televisie en computer heeft ons concentratievermogen drastisch ingekort. De vloed van apparaten en afleidingen – de consumenten cultuur – vervaagt de focus en ondermijnt de intensiteit die vereist is voor een gevoel van doel en richting. Ons voorstellingsvermogen is zwaar aangetast. De media voert strijd om onze krimpende aandachtsspanne en biedt telkens weer het nieuwste, snelste en de minst veeleisende stimulatie; alles moet sensationeler en nieuwer zijn dan het vorige voordat het publiek dreigt te vluchten. De toekomst van de ruimtevaart staat dus onder dreiging van onze eigen verdorde capaciteit voor verwondering. 


Een groot deel van het publiek is overigens ook gewoon slecht vertegenwoordigd door de media. Tijdens Apollo vielen menigten in cafe's en bars over de hele wereld compleet stil om een medemens te zien op de maan. Het diepe gevoel van verwondering was echter te fijngevoelig voor de programma's van de televisie omroepen. Uiteindelijk is niet alleen de massamedia te verwijten aan het gebrek aan belangstelling voor de ruimtevaart. Een overgroot deel van de mensen is gewoonweg onverschillig over de dingen die we niet direct kunnen waarnemen. Als we zelf niet eens de moeite nemen om een gebeurtenis met verwondering te aanschouwen, dan ligt de fout bij onszelf. Het meest extreme voorbeeld zijn de tegenstanders van ruimtevaart die vinden dat geld beter besteed kan worden aan gezondheidszorg en welzijn. Zij doen afstand van de grotere visies in ruil voor een dierlijk gevoel van welzijn. Als we niet eens verder kunnen kijken dan ons eigen dierlijk comfort, dan vervalt de wereld in een directheid op zichzelf waarin onze grotere dromen vergeten worden. “Wanneer er geen visie is, vervalt het volk tot lichtzinnigheid.Solomon 29:18. Onze samenleving zal uiteindelijk meer worden veranderd door een nieuwe visie van het menselijk potentieel dan elke vorm van obsessieve zelfzucht. 

Het kijken naar de nachtelijke hemel geeft een ​​glimp van de uitgestrektheid van het bestaan, en de grootsheid van de innerlijke geest. We zijn ons bewust van de sterren alleen maar omdat we zijn geĆ«volueerd vanuit een corresponderende innerlijke ruimte. De mate tot waarin we het heelal ervaren staat in proportie met de mate van ons bewustzijn. De 'gewichtigheid' van iets komt voort uit de grotere context, wat op zijn beurt weer afhankelijk is van nog grotere perspectieven. Totdat we op vragen stuitten als; Waarom? En symbolen als 'God'. Eigenlijk verlangen we naar een nieuwe vorm van spiritualisme. Ruimtevaart is de ultieme oplossing. Duizend jaar vanaf nu zal de maanlanding worden gezien als de grootste prestatie van de mensheid. Het zal samen staan met de kathedralen en piramides onder een van de epische sociale prestaties die de geest van een tijdperk belichamen. Want buiten alle politieke en economische beweegredenen om is de ruimtevaart in essentie een spirituele zoektocht, men belooft een revitalisering van de mensheid en een wedergeboorte van hoop niet minder diepgaand dan de grote opening van de geest aan het begin van de moderne tijd.

De drang om nieuwe gebieden te verkennen, om grenzen te verleggen, is in al het leven aanwezig. Levende systemen reiken uit naar hun omgeving en mengen zich weer in grotere systemen in de strijd tegen entropie. We weten van de chaostheorie dat een open systeem stress ondervindt aan haar grenzen, maar zich uiteindelijk herstructureert richting een hogere orde. De zoektocht naar de grotere werkelijkheid is de basisimperatief van het bewustzijn - het kenmerk van onze soort. Levende systemen kunnen niet blijven stagneren, ze evolueren of sterven uit. Ze verkennen nieuw gebied of gaan ten onder.  De innerlijke ervaring van dit alles is nieuwsgierigheid en ontzag - het gevoel van verwondering. Het is de drijfveer van de evolutie zelf, de gevoelsreden die ons voortdrijft om meer te worden dan we zijn. We hebben ofwel een toekomst dat het individu overstijgt of we zullen uiteindelijk bezwijken onder onze eigen zelfzucht. Hierin geloven is geloven in het potentieel van de mensheid.